|
reisverslag java/baliGepost door:
Cees
()
Datum: 24 januari 2011 11:41 Java/Bali 2010 reisverslag
Vrijdag 3 september De weken kropen traag voorbij maar plotseling was het toch zo ver . We gaan naar Indonesië. Leon bracht ons naar Schiphol, waar we erg vroeg aankwamen vanwege het ontbreken van de ochtendfile op deze vrijdagochtend. De incheckbalie was nog niet open, maar er stonden al wel wat mensen voor de balies te wachten. Na een half uur kwamen er wat Garuda medewerksters, zoals gebruikelijk voor deze placebo stewardessen, zwaar opgemaakt zich instaleren voor de incheck. Na wat heen en weer geschuif met wat paaltjes en wat merktekens aangebracht te hebben, konden we de koffers kwijt. Er werd ons verteld dat we een visum konden kopen bij de Garuda balie in de vertrekhal. Dit zou een lange rij schelen op Java. Vervolgens de douane met de gebruikelijke security checks, daarna konden we wat inkopen doen, zoals drank en …drank. We hadden zelfs nog tijd voor een kopje koffie. Wilma thee, Jack een lekkere cappuccino en Joke en ik een overheerlijke Ristretto. Dit is het extract van een dubbele espresso. Wat je dus overhoud is een nat bekertje, zoals Jack dit zo plastisch kon verwoorden. Maar wel een nat bekertje voor 6 euro per stuk! Het vliegtuig vertrok om 11.35u en had dus een half uur vertraging. Voor elke stoel was een touch screen waarop je muziek kon kiezen, films en spelletjes. Helaas zakte de koptelefoon die erbij hoorde op z’n kleinste stand nog tot onder je oren, maar het concept is prima. De lunch was een keuzemenu tussen westers en iets van rijst. Omdat we naar Indonesië gingen, kozen we voor de beef met rijst. Erg lekker voor een vliegtuigmaaltje. De kop was eraf en het begin was goed. De tussenstop was op Dubai (18.45 uur) Hier zouden we drie kwartier de benen mogen strekken en onze verpozing moeten zoeken. We kregen te horen dat we het vliegtuig niet mochten verlaten. De benen moesten dus in het gangpad gestrekt worden. Voor de verpozing werd onverwacht gezorgd door de schoonmakers die met hun nieuwste materieel kwamen om op een goed georganiseerde manier het vliegtuig grondig reinigen. Gelukkig hebben we de foto’s nog om dit te staven. Achteraf hoorden we dat er rond het tijdstip dat wij op het vliegveld waren, er een vrachtvliegtuig was verongelukt en dat we daarom waarschijnlijk het vliegtuig niet uit mochten en dat het dus iets langer dan drie kwartier duurde. Gelukkig waren de deuren open en konden we nog wat van de warme avondlucht voelen vanuit Dubai. Het was op dat moment 34 graden. Na een poosje kwamen er nieuwe passagiers de resterende stoeltjes bezetten. Allemaal uiterst vriendelijke mensen met o.a. burka’s, te veel bagage en huilende kinderen Om 20.00 uur gingen we de lucht weer in. Lekker een beetje turbulentie, zodat we er zeker van konden zijn dat de huilende kinderen de hele vlucht hun concert zouden uitvoeren. Gelukkig hadden we een goede koptelefoon die ons van deze geluiden kon verschonen. Na Prince of Persia, Robin Hood en The A team, dommelde ik eindelijk in slaap om na vijf minuten al weer wakker te worden van een akelige stank. Degenen die in Dubai waren ingestapt, waarschijnlijk allen moslim, kregen midden in de nacht iets te eten vanwege de Ramadan. Gelukkig kregen wij dit niet want , als ik dit zo rook zou zelfs mijn hond hier niet aan beginnen, en je wilt niet weten wat die allemaal naar binnen werkt. Nadat alle geuren weer waren verdwenen en (dus?) de burka’s weer aan waren kregen wij ons ontbijt en lagen die anderen weer te slapen. Zaterdag 4 september De landing in Jakarta was om 4.30 uur Nederlandse tijd. Het was inmiddels 9.30 uur in Jakarta tijd. Op Schiphol bleken ze gelijk gehad te hebben. We hoefden niet in de rij voor een Visum. Maar als troost kwamen de koffers wel als laatste. Buiten was het al lekker warm. Onze reisleider bleek een manklopende oude Javaanse man te zijn van 70 jaar. Bijna niet te verstaan en communicatief, bleek achteraf, totaal niet vaardig. We kwamen in het Mercure hotel aan om 11.45u. Het bleek vlak naast China town te liggen. Vermoeid van de reis verlangden we allemaal naar een lekkere opfrisbeurt in de hotelkamer, maar we moesten eerst een welkomstdrankje drinken( Jack en Joke kregen niets, maar dat gaf niet want het mierzoete drankje was zelfs niet een schoolreisje in de efteling waardig) en een woordje aanhoren van onze reisleider. Hier kwam al het onnavolgbare organisatie talent van onze reisleider tot uiting. In de hal stonden twee zitjes , een eindje uit elkaar. Onze groep bestond uit 19 personen. De ene helft zat in de ene hoek en de ander helft in de andere. De reisleider begon zijn verhaal bij de ander groep, met de rug naar ons toegekeerd. Omdat hij slecht Nederlands praatte , met zijn rug naar ons toestond en wij allemaal erg moe waren, konden we er niets van verstaan. Op het eind vroeg hij wel of wij het ook gehoord hadden. Nee natuurlijk niet! In kortere uitvoering, vertelde hij hetzelfde wat al in de reisbeschrijving te lezen viel, maar met dit verschil, dat wij voor die excursies nu meteen 90 euro per persoon moesten betalen. Na het douchen gingen Joke en ik even de stad verkennen, zoals het toeristen betaamd. Ik had zo bedacht, als we vier keer links gaan komen we vanzelf weer in het hotel aan. We werden een beetje verrast door de gigantische hoeveelheid brommers, die keihard overal doorheen scheurden. Oversteken was een groot avontuur, terwijl je, als je langs de kant liep, erg moest opletten dat je niet in een greppel dook of struikelde over de niet bestaande stoep. Het was warm, erg warm en het stonk er voornamelijk naar uitlaatgassen vermengd met de tientallen stalletjes met eten langs de weg en andere onbestemde luchten. Op een gegeven moment kwamen we een soort van winkelcentrum tegen. Er was althans een groot bord van KFC aanwezig. Joke wilde hier niet in, dus gingen we erom heen. Daar was een soort van markt, alleen waar bij ons op een markt voornamelijk stofjes en planten enz. te zien zijn, bestond deze markt voornamelijk uit kraampjes met uitlaten, sturen en andere onbestemde rommel. De straatjes werden steeds smaller en Joke steeds benauwder omdat de brommertjes zelfs op deze markt als een gek langs ons heen probeerden te scheuren. We hadden in Nederland wat euro’s getrokken en op het vliegveld nog wat roepia’s en alles zat in Joke haar tas, die ze steeds krampachtiger vast begon te houden. Ze stelde voor om toch maar een iets bredere straat te vinden. Dit lukte uiteindelijk. Ons hotel bevond zich tegenover een of ander groot gebouw. Ik meende dit gebouw te herkennen en we stapten daar vrolijk op af, maar ons hotel bevond zich niet aan de overkant hiervan. Gelukkig zagen we een gebouw dat heel erg op ons hotel leek, maar dat bleek het niet te zijn. Plotseling zagen we een heleboel grote gebouwen die allemaal of op ons hotel leken, of op het gebouw dat tegenover ons hotel stond. Toen liepen we onder een spoorweg door. Die hadden we vanuit onze hotelkamer toch echt niet gezien. Tijd voor de taxi. Gelukkig reden er daar genoeg van. Deze manoeuvreerde ons als een aal door het drukke chaotischeverkeer naar ons hotel voor 15000rp. Inclusief fooi. Dit is ongeveer 1 euro 50. Met het zweet op de rug gingen we op de hotelkamer met airco nog even relaxen. Jack en Wilma kwamen we tegen bij de lift. Zij gingen ook nog een wandeling maken, maar gewaarschuwd hielden ze het hotel gelukkig wel goed in de gaten. Daarna lekker borrelen aan de bar met onze eerste grote Bintang. Borrelen op de kamer, eten en weer borrelen en uitgeput slapen. Zondag 5 september 6.15 u ontbijt afrekenen(Ik had midden in de nacht per ongeluk een flesje water uit de minibar gepakt in plaats van ons flesje dat daarnaast stond. Dit kostte 8 euro!!)en 7.00 in de bus voor de spectaculaire rondrit in Jakarta. De eerste stop was op het Merdekkaplein. In het midden staat een zuil met een gouden punt, daaromheen een park met de grootte van enkele voetbalvelden en daaromheen zesbaanswegen omringd door grote gebouwen. Er waren allerlei wielrenners aanwezig wat duidde op een op handen staande wielerwedstrijd. We liepen zo wat foto’s makend de punt tegemoet toen iemand ons terug sommeerde. Rudi bleek gezegd te hebben dat we maar vijf minuten hadden voor deze fotoshoot. Wisten wij veel, die man was niet te verstaan. We waren meteen populair in de bus die al een tijdje op ons stond te wachten. Na 3 minuten kwamen we bij het museum aan, dat nog niet open was, maar voor ons ging die open. De zalen waren van warm tot warmer tot bloedheet tot gelukkig buiten, wel warm, maar niet meer bloedheet. Vervolgens togen we op naar de oude haven. Een met recht oude haven, maar ook vies en jammer genoeg bijzonder oninteressant voor ons. De pin automaat deed het ook niet, dus dit uitstapje was geen doorslaand succes. Om 10.00 uur zaten we weer in de bus naar Bogor. In mijn ooghoek kon ik nog net de Amsterdamse brug zien, waar Rudi ons de vorige dag over verteld had dat dat de oudste Nederlandse brug was, een kopie van de magere brug en dat we daar zouden stoppen voor een fotoshoot. Wat hij ook nog gezegd scheen te hebben is dat hij Javaan was en dat Javanen niet te vertrouwen zijn. Onderweg kwam Rudi met het verhaal dat we geen enkele fooi hoefden te betalen aan inlandse gidsen of hotelpersoneel e.d. omdat we dat nu voor 50 euro per persoon af konden dragen aan Rudi B.V. Hij zou de fooien e.d. verder verzorgen. Nietsvermoedend droeg iedereen zijn geld af aan Rudi, de oude Javaan. Hij zou het verder wel regelen. Makkelijk toch? Na 10 km werden we aangehouden door de politie. Die dacht dat we journalisten waren omdat we allemaal met een fototoestel zaten. Na wat steekpenningen konden we verder. Gelukkig hadden we net voor de fooien betaald. Nog 1440 km te gaan. Bogor bleek een erg drukke stad te zijn. Het verkeer was verstopt door groene busjes en brommertjes. We werden voor de botanische tuin afgezet. Hier kregen we een eentandige gids, gelukkig, veel beter te verstaan bleek dan onze eigen gids. De tuin was erg mooi, alleen de tijd die we kregen om deze te bezichtigen was veel te kort. Gelukkig hadden we ons goed ingesmeerd met deet, bleek toen al. Enkele medepassagiers, die de hele wereld al gezien hadden, zaten vol met bulten. Toen ik zei dat wij ons ingesmeerd hadden met deet, zeiden ze dat de malariamug alleen ’s avonds actief was, dus dat de deet alleen ’s avonds gesmeerd hoefde te worden. Kan wel zijn dacht ik, maar de ander muggen houden ook niet van deet en ik houd niet van jeuk, dus wat is wijsheid. Veel plezier met het krabben. De bus kon niet voor de tuin wachten vanwege de drukte, dus moesten we ongeveer 500 meter lopen naar de bus. 500 meter in Indonesische begrippen is ongeveer 1,5 km. Op een gegeven moment moesten we over een verkeersplein, waar alle groene busjes en door elkaar scheurende brommertjes zich verzameld hadden in een ultieme poging ons letsel toe te brengen, met zijn negentienen oversteken om de bus te bereiken. Maar voordat we aan dit avontuur begonnen moesten we eerst van een muurtje van een meter hoog afspringen. De oudste van ons gezelschap was 70 jaar, evenals Rudi. Wonder boven wonder raakte er niemand gewond. De bus stond er natuurlijk niet. Daarvoor moesten we nog een stukje verder lopen. In een hoekje van het plein stond een volledig geüniformeerde agent op afstand het verkeer zogenaamd te regelen door constant te fluiten en af en toe bruusk naar voren te stappen. Hij had wel een helm op en stond mooi rechtop, maar voor de rest stoorde niemand zich aan hem. 12.45 u Weer op weg , naar Bandung. Iedere keer krijgen we wel flesjes water bij het instappen en nu kregen we ook wat bananen die de bijrijder langs de weg gekocht had. Even een fotoshoot op een gevaarlijke brug en daarna op een theeplantage. Alle vrouwtjes met platte punthoeden verzamelden zich rond de toeristen. Ze wilden maar al te graag met de westerlingen op de foto voor enkele roepia. Helaas voor deze mensen waren wij gierige Hollanders die de fooi al bij de hebberige reisleider ingeleverd hadden, dus kwam er geen roepia uit de portemonnee. De route vervolgde zich over de Punjak Pas. Opvallend is dat er zich nog steeds overal langs de weg kraampjes, huizen, krotten en andere bouwwerken bevonden en dat er constant brommertjes zigzag over de weg zich een weg baanden met een, twee ,drie,vier of soms wel vijf passagiers of anders met een mud hooi of bananen. De lunch was in een goed restaurant (Sindalaya) met obers en een manager als knipmessen. Voordat we naar binnen gingen zag ik een jongen glunderend naar binnen rennen, zo van : hoi daar zijn ze, nu mag ik eindelijk. En ja hoor: hij mocht. Zodra je naar binnen ging stond die jongen, met een grijns van oor tot oor een gong te luiden. En dat bij iedereen die naar binnen ging. Jammer dat ik nou daar nou net geen foto van heb, maar het staat toch op mijn netvlies gegrift. Wilma had de foto, bleek achteraf, wel gemaakt. De lunch bestond uit Bintang, soep, rijsttafel, Bintang, vruchten en koffie of Bintang. Voor 540.000 rp met zijn vieren. Wat neerkomt op rond de 13 euro pp. En dit is dan nog een duur toeristisch restaurant. Wat een heerlijk land. Uiteindelijk kwamen we aan in Bandung. Weer een drukke, tot zeer drukke stad. Om 18.30 komen we in het hotel aan. Hotel Sukajadi. Mooi hotel, veel hout en doorkijkjes. Niet zo’n standaard hotel, maar een met een eigen sfeer. Dat blijkt uit de kamers. Geen raam met uitzicht, op wat dan ook, nee een raam met uitzicht op… de gang. Toen begon het te regenen. Wat? Regen in Indonesië? Zeker, en niet zo zacht ook. Tijdens het eten en tijdens de borrel: regen! Maandag 6 september Om 8 uur vertrek naar de Takuman Prau vulkaan. (een aantal vulkanen in de vorm van een boot) Het was erg mistig en het regende miezer. Het was Jack en Wilma’s trouwdag, maar dat was ons op dat moment ontschoten. Pas toen ze op de foto wilden en zeiden dat ze zoveel jaar getrouwd waren tegen degene die de foto maken, ging er een lichtje bij Joke en mij op. In lange broek, trui en met paraplu stonden we een mistige krater van binnen te bekijken. Gelukkig was het een minuut minder mistig, zodat we nog een redelijke foto konden maken. De theefabriek die we hierna bezocht hebben, was heel groot met een klein beetje in gebruik. Alsof ze hem even in gebruik gezet hadden voor de toeristen. Het kopje thee die we na afloop kregen, was lekker, de thee die we meekregen was onverwacht en de w.c. ’s waren, zoals te verwachten, walgelijk smerig. Omdat het toch wel erg hard regende, het dus erg glad en modderig was en omdat niemand het wilde ging de wandeltocht door de jungle niet door, Daarna een stop bij de hot springs. Het water werd verwarmd door de vulkaan. Met enige gêne(iedereen plotseling in zwemkleding) lagen we allemaal in het, inderdaad warme bad. Jack zijn kluisje had, uiteraard, een slot dat na een keer draaien totaal aan gort ging. Na een tijdje kreeg ik last van mijn ogen(zwavel) en ben ik bij de drie,niet in het hot spring willende gaan, medereizigers gaan zitten. De lunch was in dezelfde locatie en was weer bijzonder goed, als je van rijst met spul houdt tenminste. Ze hadden ook Bintang. Dat ging er toch wel weer lekker in. De reisgenoten leren we zo langzamerhand wel een beetje kennen. Er zijn vijf Limburgers. Vader Charles, moeder Marga met dochter Fleur, Tante Lea en neef Pascal. Zij vonden de bintang niet lekker en hadden liever Brand bier. Alkmaar: Hans en Cynthia. Gerda en Tjeerd uit nieuw Vennep, Rob en Yvonne uit Voorburg, Rob en Janneke uit Groningen en Robert en Desi uit Breda. De lunch bedroeg nu wel 50 euro voor zijn vieren, inclusief drank. Terug in Bandung stopten we ergens in een kampong om een dansvoorstelling mee te maken van een dansschool voor kinderen, opgericht door een Hollander. Dit bleek verrassend leuk. Vooral nadat we zelf mee gingen doen met een muziekinstrument en met het dansen. De gereserveerdheid in de groep was nu totaal verdwenen. In de bijbehorende aangrenzende souvenirshop stond iedereen wat te kopen en hadden wij wat beeldjes en tasjes voor 8.50 euro gekocht. Om 1800 uur waren we weer in het hotel terug en konden we eindelijk weer borrelen. Op 500 meter van het hotel was een shopping mall met veel restaurantjes. Om dat te bereiken, moesten we eerst een survival route afleggen langs het drukke verkeer en over niet begaanbare bermen zonder licht. Dan opeens een heel andere wereld. Alsof je in Spanje zit. Restaurantjes volop. Van NY pizza tot KFC. Eten was, uiteraard prima en het borrelen was met Jack en Wilma’s trouwdag als excuus weer ontzettend gezellig. Het toilet voor mannen bestond uit een aantal pisbakken schuin achter elkaar neergezet, waarnaast een riviertje met koi karpers zwom. Zo ongeveer! Zonder kleerscheuren weer terug in het hotel. Iedereen was hierna weer bewusteloos, behalve Wilma die de slaap maar niet kon vatten. Dinsdag 7 september Om 6.15 ontbijt (rijsttafel als je wilt hoor, maar ook omelet met toast) en om 7.00 weer in de bus. In de bus, na een tijdje , mompelt Rudi weer wat dat er een optionele excursie is naar een kampong voor maar 20 euro per persoon. Wat hij hier niet bij verteld is dat het wel drie uur extra reistijd kost. Wat nu als je dit niet wilt? Het kost je dan sowieso drie uur extra reistijd en dan kan je die drie uur lekker in de bus zitten in je eentje. Het was wel optioneel, maar wel de enige optie!!! Op een paarde en wagen, met z’n tweeën was zeer grappig, met veel hotsen en botsen. Overal zwaaien naar de kinderen die heel enthousiast de westerlingen begroetten. Overstappen op een vlotje van bamboe met een gitarist die van vlotje naar vlotje speelde. Er was een hindoe tempel, een kampong van maar 6 huizen, een rijstveld en veel muggen. Deet! Hoi!!! Na afloop weer bananen in de bus. Een geslaagde optionele excursie, maar…. De manier waarop…!!! Volgende stop fotoshoot langs de kant van de weg. Lekker gevaarlijk. Maakt niet uit. De dessa was mooi. Kampong Naga lag in een vallei. Een trap van 300 treden moest afgedaald worden, maar met adembenemende uitzichten. De kampong lag midden in de dessa van rijstvelden naast een rivier. De huizen allemaal van bamboe en palmbomenschors. Enkelen van ons gezelschap hadden een aantal speeltjes bij de Action gekocht, zoals bellenblaas en plastic autootjes enz. Zij deelden dit uit aan de kinderen in de kampong. Er kwamen steeds meer kinderen aangelopen en er bleek niet genoeg materiaal aanwezig om alle handjes te kunnen vullen. Dan maar snoepjes. De vrouwen mochten even met een stok in een kom stampen. In de huizen voorzichtig lopen, anders zakten we met ons westerse gewicht door de bodem heen. Het weer betrok wat. Plotseling een enorme klap. Onweer! We konden de bui voor zijn maar moesten de 300 treden weer omhoog. Gelukkig begon het pas te regenen 3 meter voor de bus, maar wel erg heftig! Toch was iedereen nat. Niet vanwege de regen maar vanwege die 300 traptreden. In de bus kregen we rijstkoeken met uitleg over de bereidingswijze. Rijst wordt gekookt in klappermelk. Hierna wordt de smurrie in de zon gedroogd (langs de weg) en daarna wordt het gevormd en afgebakken. Het smaakte best lekker, maar je moet niet weten wat er allemaal langs je eten gegaan is. De lunch was tegenover een moskee met de deuren dicht, want ja, Ramadan hè. Gelukkig waren de TL balken aan en was het bloedheet, terwijl het buiten plensde. Iemand had besloten om een mannentafel te vormen, wat inhield dat er ook een vrouwentafel gevormd moest worden. De Limburgers zaten al, zodat zij zich aan dit geheel onttrokken. Het had een verrassende uitwerking. Aan de vrouwentafel wist opeens iedereen, waar ze werkten(iedereen in de zorg) , hoe oud ze waren en bij wie ze hoorden en aan de mannentafel dronk iedereen bier en werden er moppen getapt. Erg verhelderend. Ondertussen was er dus die wolkbreuk. De weg was veranderd in een rivier, waar hetzelfde drukke verkeer zich een weg doorheen probeerde te banen. Op sommige plaatsen zaten de brommerrijders tot hun knieën in het water. Enkelen moesten lopen, vanwege het afslaan van hun vehikel. Uiteindelijk kwamen we die dag, veel later dan gepland , in het donker, aan in ons drie sterren hotel Rosenda. Het hotel zag er leuk uit, toen het net was neergezet waarschijnlijk. Toen was het ook nieuw,maar nu allang niet meer. De bediening liet veel te wensen over. Het uitzicht vanuit de kamers was adembenemend, maar voor de rest was het vergane glorie met als klap op de vuurpijl Manuel van Fawlty Towers in de bediening. Hij kon geen twee dingen onthouden, niet schrijven, was traag en was duidelijk niet opgewassen voor de taak van een bestelling opnemen van vijf drankjes. De kok was waarschijnlijk ziek, of dronken, en de rest van het personeel was dood of zo. Gelukkig kwam Rudi ook eten en die ging uit arren moede de arme Manuel helpen. Toen hadden we twee klunzen in de bediening. Drie sterren! Ha Ha. Min drie sterren zal je bedoelen. Door dit gezamenlijke diner leerde de groep elkaar echter wel beter kennen en werd het steeds gezelliger. Iedereen weer lekker slapen. Woensdag 8 september Wat een mooi uitzicht vanuit de kamers. Jammer dat we hier zo kort van konden genieten, want we moesten om 7 uur weer met de bus mee. Vandaag als belangrijkste bestemming de Borobudur. Eigenlijk de belangrijkste van de hele reis. Om 7 uur stond iedereen ook klaar, behalve Rudi. Hij had zich verslapen en kwam met zijn hemd verkeerd dichtgeknoopt een kwartier later de bus in. ’s Morgens vroeg had Rudi nog wel de puf om iets te vertellen, wat een gids eigenlijk de hele dag zou moeten doen. Zo ook deze morgen. Hij begon zijn verhaal in zijn bijna niet te verstaan brabbeltaaltje, liet halverwege zijn gemompel de microfoon naar beneden zakken, totdat deze viel, raapte de microfoon weer op en maakte zijn verhaaltje af. Verbaasd keken wij elkaar maar eens aan. Weer had niemand hier iets van begrepen of verstaan. We lieten het maar begaan, bij gebrek aan beter. Onderweg weer een prachtig uitzicht voor een fotoshoot. In een bocht van een rivier tegenover een berg met rijstvelden. Prachtig. Minder prachtig was dat Rudi onderwijl tegen de koplamp van de bus stond te pissen. Wat een genante vertoning! In een dorpje moesten we overstappen in van die groene busjes waar je de inlanders met zijn twintigen zag rijden. Wij werden in twee busjes gepropt. We gingen op weg naar het Djeng Plateau. Overal langs de weg werden er koeien geslacht vanwege het aankomende Suikerfeest. Dit leverde bloederige, CSI-achtige taferelen op. Met ons gammele busje gingen we over een bruggetje die ze aan het repareren waren. De steigers waren gemaakt van bamboe en leken ons nog maar net te kunnen houden Het tempelcomplex was vooral regenachtig. We konden gelukkig een paraplu kopen. Voor maar 60 cent. Ze zagen er wel al gebruikt uit, maar ja wat wil je voor 60 cent. Na een snelle rondblik wilden we weer terug naar de bus, want we zouden die dag naar de Borobudur gaan en wilden daar op tijd komen. Bij de bus moesten we de paraplu’s weer inleveren. 60 cent huur dus. Het volgende highlight was een vulkaan. Het regende harder en hier waren geen paraplu’s De chauffeur reed terug naar de tempel om de paraplu’s op te halen. Ondertussen werd het droog en stapte iedereen naar de rand van de krater toe. Het stonk erg en er waren pruttelende moddergaten waar rook uitkwam. Gelukkig had iedereen dit wel gauw gezien zodat we snel weer naar de bus konden, want we wilden wel op tijd bij de Borobudur zijn, aangezien die om 17.00 uur sluit. De volgende stop was een tempeltje waar je 9 keer omheen moest lopen om een wensje te mogen doen. Enkelen wilden dit toch per sé doen, zodat de paraplu’s weer werden uitgedeeld en de groep als een stelletje malloten om het tempeltje heen liepen. Ondertussen gingen we al rekenen met tijd. Om naar het Djeng plateau te rijden waren we al anderhalf uur onderweg. Terug zou het niet veel sneller gaan en we moesten ook nog lunchen. Zouden we het allemaal wel redden om op tijd bij de Borobudur te zijn? Nu moesten we ook nog even het betoverende meer met vele kleuren zien. Dit deden we echt op z’n Japans. Kaartjes kopen fotootje maken en hup de busjes weer in, want…..de tijd begon te dringen. En het regende ook trouwens. Om 14.00 uur waren we terug bij de bus en gingen we meteen lunchen. Het bleef maar regenen. We vroegen Rudi hoe lang het nog rijden was naar de Borobudur. Zijn standaard antwoord van twee uur klonk ons dan ook niet vreemd in de oren. Echter wanneer hij twee uur zei, was het altijd meer. We voorzagen dus, wanneer we uitgegeten waren, zo rond drie uur, dat we de Borobudur niet meer zouden redden. De volgende dag hadden we ’s middags geen programma om zelfstandig Jogjakarta te bekijken. Ons voorstel was dus om de Borobudur de volgende ochtend te doen en de voor die tijd geplande stadstour, ’s middags. Rudi kon natuurlijk niet anders dan dit goed vinden, maar het is natuurlijk wel heel slecht dat hij zelf niet met deze oplossing aankwam. We moesten nog wel even langs de kassa om kaartjes op te halen. Om 17.15 kwamen we langs de weg naar de Borobudur en stopten we ergens bij een restaurant om de kaartjes om te laten zetten voor de volgende dag. Dit was een hele vreemde actie, aangezien we, dat zou de volgende dag blijken, de kaartjes gewoon bij het loket moesten kopen. Dus wat Rudi nou bij dit restaurant te zoeken had??? Hans ging achter het stuur zitten en begon te toeteren en gas te geven teneinde de reisleiders tot wat meer spoed te bewegen. Grote hilariteit uiteraard. Om 19.00 waren we eindelijk in het hotel. Wat een verademing. Een prachtig hotel, mooie kamers, zwembad, goed restaurant en we zouden hier twee nachten blijven. Het gember verwelkomstdrankje was mierzoet en smaakte naar gember. Bah! GetverGember! Op het balkon zagen we 4 salamanders. Jack zei dat het Gekko’s waren. Ik bleef erbij dat het salamanders waren. Het waren dus gekko’s. Wat wel vreemd is trouwens dat er bijna in ieder hotel maar 1 goede relaxstoel is terwijl het toch tweepersoonskamers zijn. De ander moet dan altijd of op bed of op een hoge stoel zitten. Zo ook in dit, toch wel erg luxe ,hotel. ’s Avonds bij in het restaurant was Groningen ( Rob en Janneke) al bijna klaar met eten. Een duo stond wat liedjes uit de zestiger jaren te zingen en na een paar bintangs werd dat ook best wel leuk. Het eten was prima en Groningen had ondertussen de reis kamerwaarts gemaakt. Limburg komt altijd wat later op gang en was nu ook aanwezig evenals de rest . Na het eten werden de tafels wat aaneengeschoven en liet Pascal zijn Toon Hermans gehalte zien door wat Karaoke liedjes mee te zingen met de Inlandse schone. Ook Fleur kon zich niet onbetuigd laten en deelde mee in de feestvreugde. Iedereen zat gezellig mee te blèren en we dansten alsof het een Brabantse bruiloft was. Ikzelf heb ook nog even met Hans gedanst, maar dat vond ik geen succes, want ik kon zijn buik niet ontwijken. We werden steeds gezelliger en de bintang stroom bleef maar vloeien, totdat het eerste stelletje weg ging en met een bleek gezicht naar boven vertrok. Wij gingen daarna de rekening op laten maken en dachten even dat we op een terras op het plein bij de dôme van Florence(Italië) hadden gezeten. Westerse prijzen dus. ( westerse toeristenprijzen) Maar toch was het reuze gezellig en de groep werd steeds hechter, maar ook losser. Ook niet onbelangrijk. Donderdag 9 september 6.15 weer aan het ontbijt (bijzonder uitgebreid en goed)en 7 uur in de bus. Onderweg naar de Borobudur zagen we de hele tijd een vulkaan die we uit alle macht vanuit de rijdende bus probeerden te fotograferen. Uiteindelijk zijn we ergens gestopt voor een fotoshoot. Een maand nadat we thuis waren gekomen is deze vulkaan( de Merapi) uitgebarsten De Borobudur( was net open en de kooplui waren trouw aan de laatste lettergreep van hun naam,zodat we ongehinderd onze entree naar de B konden maken. Voorheen waren er allerlei huizen en winkeltjes voor de B gelokaliseerd, maar sinds het Unesco erfgoed was geworden, moesten die allemaal verdwijnen voor een rustiger entree. Eerst nog even de groepsfoto en daarna: Volg de gids. Heen en weer getrokken door het verhaal van de gids enerzijds en alle prachtige fofo-momenten anderzijds zijn we uiteindelijk boven gekomen, alwaar we niet alleen prachtige plaatjes van de B zelf konden nemen, maar waar ook de vulkaan schitterend te fotograferen was. Zoals goede toeristen betaamd hebben we allemaal netjes de budha in de stuppa op de juiste plekken betast en hebben we allemaal ons wensje mogen doen. Na alle uitleg over de grondbeginselen van het Boedhisme opperde Joke dat ze best wel boedhist wilde worden. Ikzelf voel daar ook wel voor, vooral aangezien ik het buikje al heb. Na twee uur bezichtiging gingen we voldaan van alle indrukken weer richting bus. Halverwege werden we belaagd door de inmiddels wakker geworden verkopers van prullaria. Of we kerstkaarten wilden kopen, pennen, tasjes, budha’s, krissen, wajangpoppen en noem maar op. Na eerst een hoop nee en geen interesse en tida moau hebben we uiteindelijk voor spotgoedkope prijzen wat souvenirs gekocht.
Op naar de zilverfabriek. De fabriek zelf was niet echt bijzonder. Enkele handwerkers zaten met eindeloos geduld en precisie sieraden in elkaar te zetten. De winkel erboven bleek het uiteindelijke doel van de excursie te zijn. Hier moest gekocht worden. Hier kon je ook mooie dingen kopen, waarvan je bijna zeker wist dat het echt was. Aangrenzend was een mooi restaurant met heerlijk eten en tijdens het eten een wajang schimmenspel voorstelling. Erg sfeervol allemaal. De batik fabriek die hierop volgde was een afknapper. Vond ik althans. Ook hier bleek het voornaamste doel de expositie, wat wel aardig was, maar het stond niet in verhouding met de indrukwekkende belevenis van eerder die dag. De volgende stop was weer en batikfabriek, met weer een winkel erachter. Nu was het wel genoeg zo. Iedereen had de winkel al snel gezien en we zaten moe te wachten wat er nog meer volgde. Iedereen ging apart in een betjak en we gingen met zijn twintigen dwars door het ontzettend drukke verkeer van Jogjakarta, met grote ogen van de toenemende adrenaline op naar een kampong, na eerst nog wat hachelijke momenten bij diverse kruispunten. Hier konden we nog wat winkeltjes kijken, maar we zaten er als toeristen echt wel doorheen. We wilden naar het hotel. Ons mooie luxe hotel. Lekker even de belevenissen van de dag doornemen onder het genot van een goudgele bintang. Maar nee hoor, we moesten nog langs het paleis van de sultan. Die bleek alleen ’s ochtends open te zijn, zodat we eindelijk een keer op een redelijke tijd in het hotel arriveerden (1700 uur) Onderweg naar het hotel zagen we nog een begrafenis stoet op z’n Indonesisch. De kist werd gewoon over straat door een paar man naar zijn laatste bestemming gezeuld, gevolgd door een meute. Het mooie van zoiets onderweg is dat je over het algemeen een gids hebt die dat allemaal uitlegt en verteld wat de zeden en gewoonten van dat land zijn. Bij ons was dit helaas niet het geval. Die zat na twaalven alleen maar te knikkebollen. Het was die dag ook nog eens Suikerfeest. Vandaar dat we zoveel vuurwerkkraampjes zagen. Overal langs de weg waren ook versieringen, meestal in de vorm van vlaggen, aangebracht. Goed dat de gids ook daar geen woord over gerept had. Bij het avondeten in ons mooie hotel, hadden we alle tafels aan elkaar geschoven en zaten we als een grote groep te eten. Ondanks dat de prijzen aan de hoge kant waren, hadden we toch weer een luisterrijk bintang bacchanaal opgeluisterd met een dosis karaoke. Vrijdag 10 september De hele nacht oosters gejodel gehoord. Ze zeggen dat die imman’s niet mogen drinken, maar in het donker ziet Allah het zeker niet. En Allah is ook zeker niet muzikaal. Wat een gejammer en gemekker. 5.15u ging de wekker weer teneinde om 7.00 uur weer in de bus te zitten. Vandaag stond de Pranbanan tempel als voornaamste excursie op het programma. Zoals gebruikelijk kwamen we al aan terwijl de bezienswaardigheid nog gesloten was. Wel lekker rustig overigens. Gerda bleef in de bus achter want die had buikloop. Ook lekker rustig. De gids was nog bezig met zijn ochtendgebed. Nadat hij Allah had bedankt dat hij zo lekker was afgevallen die maand konden wij het Hindoe heiligdom eindelijk betreden. Er stonden zes tempels gegroepeerd. Drie grote en drie kleine. Een tempel stond in de steigers omdat een aardbeving de boel beschadigd had. De middelste en grootste was ook afgesloten vanwege instortingsgevaar. Deze tempel was ter ere van Shiva, de destroyer. Juist om aardbevingen te voorkomen hadden de hindoes deze tempel als grootste neergezet. Hoe ironisch. Voor deze tempel bevond zich een andere tempel met een beeld van een stier. Nandi. De andere twee grote tempels waren voor Brahma, de creator (niet die van fc twente dus)met daarvoor een tempel met als beeld een gans en voor Vishnoe, de beschermer met een tempel met als beeld de Garuda (adelaar). In de Shiva tempel waren 4 beelden. Een van shiva met z’n vier armen, een van die ene met die slurf, Ganesha, een voor Agastya (shiva als leraar) en een voor Durga. Ook wel Lara Jongrang genoemd (slanke maagd). Die laatste krijgt het verhaal mee dat het een versteende prinses was. Zij moest namelijk met een prins trouwen en bedacht om er vanaf te komen dat die maar even 1000 tempels voor haar moest bouwen in 1 nacht. Hij was bijna klaar tegen het krieken van de dag, maar omdat de prinses dat door had stak ze er eentje in de brand zodat er maar 999 stonden toen het dag werd. De prins zei toen dat de 1000e tempel zijn toekomstige vrouw, de prinses was en meteen daarop veranderde de prinses in een beeld. Het was weer een indrukwekkend stukje Indonesische cultuur. Ook deze tempel staat net zoals de Borobudur op de Unesco lijst van werelderfgoed. Wat een verschil met de stelling van Amsterdam. Om weer naar de bus te komen moesten we een markt in Ikea opstelling over, die gelukkig nog niet open was, anders had het een uur langer geduurd. Op straat was het opvallend rustig. Slechts enkele winkeltjes waren open. Ongeveer 20% dachten wij omdat 80% van de bevolking Moslim is. De meeste Javanen waren bijeengekomen in hun zondagse kleding op grote velden waar zij allen voornamelijk te horen kregen dat Allah groot was. Het paleis van de sultan, waar we eigenlijk al eerder heen hadden gemoeten volgens schema, maar ja dat schema was op zich al krap, laat staan dat je er nog wat optionele excursies bij propt om de toeristen toch maar zoveel mogelijk van hun euro’s te ontdoen, was gesloten vanwege het Suikerfeest. Aangezien onze gids geen moslim was, kon hij dit natuurlijk niet weten. Als goedmakertje kregen we koffie in een Hollandse coffeeshop. Hier schonken ze daadwerkelijk koffie, dit in tegenstelling tot de Hollandse versie van een coffeeshop. De koekjes die we erbij kregen waren voornamelijk droog. Gelukkig mochten we de restanten meenemen de bus in, waar ze waarschijnlijk nu nog liggen. Er werd flink doorgereden, want we moesten een flink stuk Java overbruggen. De wegen zijn tweebaans en de zijkanten van de weg grillig van vorm en consistentie. De Javanen rijden op deze weg alsof je gewoon in kan halen, zodat er regelmatig drie auto’s naast elkaar (twee in dezelfde richting ) reden. Brommertjes krioelden hier tussendoor en wanneer er dus drie auto’s naast elkaar reden mochten de brommertjes op de onbestemde rand van de weg proberen voortgang te vinden. De brommertjes leken ook niet uitgerust te zijn met enige vorm van remsysteem. Dat is ook niet zo belangrijk, wanneer je je hele gezin meeneemt op de brommer. Een, of twee kinderen kunnen voorop als airbag fungeren, een of twee tussen pa en ma in en achterop heb je al nooit last vanwege de houten stellage waar je ,of nog een paar kinderen, of je hele huisraad, waar een vakantieturk nog jaloers op de hoeveelheid zou zijn, kunt vervoeren. 0m 14.00 uur waren we allemaal gaar en konden we gaan lunchen. Ditmaal in een lokaal fastfood restaurant, met plastic tafelkleed en… smerige toiletten. De tafels waren nog niet afgeruimd, zodat we zelf maar wat georganiseerd hadden. Ik vond het eten best lekker, maar enkelen die een kijkje in de keuken hadden genomen, kregen geen hap meer door de keel. Moet je ook niet doen. Pascal gaf aan de chauffeur te kennen dat hij liever iets later in het hotel aankwam dan helemaal niet. En dat hij het liefste zittend in een stoel terugvloog naar Nederland in plaats van in een loden kist. Dit nam de chauffeur ter harte en hij reed inderdaad die dag iets minder roekeloos, ofschoon hij volgens mij geen woord Engels begreep. Rudi begon in de bus weer iets te pruttelen over een optionele tour. Nadat we in algehele verwarring de cryptische woorden van Rudi hadden weten te ontcijferen wisten we wat hij bedoelde. We konden naar een waterval en een zwembad en een warenhuis. De waterval was weer 100 km terug, het zwembad in een andere richting en het warenhuis in Malang . Iedereen was murv van al die onzinnigheid waar we niets van begrepen, zodat we besloten om direct naar het hotel te gaan. Een de volgende dag wilden we uitslapen, dus pas om 9 uur weg. De entree naar het hotel was er eentje uit de serie apart. We reden door een poort die bestond uit linanen aan weerszijden. Achter die lianen bevonden zich twee eetzalen. De kamers hadden geen balkon maar voor de kamers was een zitje gemaakt. De meeste kamers keken uit op een binnentuin, wij keken echter half uit op een muur en half op de parkeerplaats. Het eten was redelijk en voor je het wist was het 12 uur. Dat is niet zo raar als je om half acht pas aankomt. Zaterdag 11 september De eerste stop was in Blittar, dat was vlakbij. Hier was het graf van Sukarno. Maar goed dat m’n vader niet mee was, want die had in de bus blijven zitten. We moesten een stukje lopen om er te komen. Na de gebruikelijke fotosessie gingen we via de achteruitgang weer naar buiten. Ook hier was weer een markt met een Ikea looppad. Deze was wel open, dus het duurde wel even voordat iedereen er weer uit was. Bij de bus kregen we klappermelk. Jack heeft het gedronken en werd er niet ziek van. Even verderop was nog een hindoetempel. Het regende dus het was al fotograferend naar achteren lopen en weer terug. Geen gids voor uitleg, dus lekker snel klaar. De regen sloeg om in onweer. De weg veranderde in een riviertje waar de bromfietsers weer tot hun knieën in het water zich een weg probeerden te banen. De kant van de weg was uiteraard niet meer te zien, dus probeerde iedereen in het midden te rijden. Omdat we de waterval en het zwemmen hadden laten vallen reden we direct naar het hotel, maar we konden ook nog optioneel in Malang een rondrit maken en naar het warenhuis. Tja, dat had leuk geweest, als er geen file was ontstaan door de regenval, het Suikerfeest waardoor iedereen vakantie had en de chaotische rijstijl van de Javanen. Rudi stelde een kleine rondrit voor, of alleen het warenhuis. Nadat we ook dat hadden afgewezen ging hij voort met het proberen om ons te strikken voor een diner door hem geregeld. We zouden dan worden opgehaald met de bus en daarna weer worden teruggebracht om vervolgens om 12 uur ‘s nachts weer te vertrekken om de zonsopkomst op de Bromo vulkaan te bezichtigen. De jeeps die ons naar de vulkaan zouden brengen waren al aan andere reisgezelschappen vergeven, maar Rudi had na een paar telefoontjes een paar open jeeps weten te bemachtigen. Er zaten geen stoelen in, dus zouden we op rieten matten moeten zitten. De rit zou ongeveer een uur duren, zei Rudi( dus minimaal 2 uur) en dan zouden we een schitterende zonsopgang voorgetoverd krijgen, als het tenminste niet regende. Na een poosje bellen had Rudi toch overdekte jeeps weten te bemachtigen. We konden ook in de pizzahut gaan eten. Lekker duidelijk allemaal. We besloten om Rudi maar te negeren en gewoon in het hotel te eten zodat we meteen uit konden rusten voor het komende avontuur. Het hotel was er een uit de serie vergane glorie en zat vol met Javanen op weg naar bali. De mannen zaten in de gang thee te drinken en de kinderen gebruikten de gang om spelletjes te spelen , waar het van belang was om zo veel mogelijk lawaai te maken. Er zaten nog meer hollanders in het hotel die wel twee nachten daar mochten verblijven. Zij hadden als gouden tip een restaurant naast het hotel aanbevolen. Gezien dit vlakbij was besloten we dit allemaal te doen. Wanneer je het restaurant inliep dacht je eerst dat je in een zilverwinkel inliep. De volgende ruimte leek op een museum met al de vitrines, daarna werd het wat meer restaurant met allerlei tafeltjes en etende mensen. We liepen nog verder en kwamen in een enorme hal, met een plafond van palmenbladeren. Dit bleek een binnenplaats te zijn met daarachter een soort feesttent met een theater. Allemaal door middel van slimme verlichting omgetoverd tot een kasteel vanuit de 1000 en een nacht. Alcohol was uit den boze vanwege Allah. Het bier moest derhalve langzaam tot de rand worden ingeschonken zodat er geen schuim opzat en het op appelsap leek. Zo hou je Allah voor de gek dus. Het eten was heerlijk en Jack en ik hebben er zelfs whisky, eh.. appelsap, gedronken. Na het eten voldaan naar het aanpalende hotel teruggekeerd voor enkele uurtjes rust. Zondag 12 september De koffie die we om 12 uur zouden krijgen, was er om half een. Er was nog een groep hollanders, ook van Stip, die vlak voor ons alle koffie opgedronken hadden. Zij gingen er ook een half uur eerder vandoor en besloten in hun brutale wijsheid ook maar onze ontbijtpakketjes mee te nemen. Gehard door al het voorafgaande hebben we de keuken, die openstond, ontdaan van de nodige eetwaren teneinde een eenvoudige doch voedzame maaltijd te kunnen bereiden. Na twee uur gehobbel in de bus, amechtig pogend morpheus in de armen te kunnen sluiten, kwamen we aan op de rendez vous met de jeeps. Er stonden al een aantal jeeps klaar, maar die bleken niet voor ons te zijn. Die ander hollanders stonden er ook nog. Iedereen kreeg ruim de gelegenheid om de blaas goed leeg te persen alvorens de vulkaan te bestijgen. Nadat bijna iedereen was vertrokken en wij als enigen nog stonden te blauwbekken, kwamen er vier gloednieuwe jeeps aanzetten. We kregen al bijna bewondering voor Rudi, totdat er een luxe Fox bus aankwam. De fox reizigers stapten uit en bestegen aansluitend de prachtige jeeps. Wij hebben iets meer dan duizend euro betaald voor deze 15 daagse rondreis en die mensen van fox bijna het dubbele voor hun 21 daagse rondreis. Dat is het verschil, schrijnend aangetoond. Een poosje later kwamen er enkele aftandse jeeps aangesputterd. Een vijf persoons en twee 7 persoons. Wij waren met z’n twintigen, inclusief Rudi. De chauffeurs wilden ook mee, dus het werd proppen geblazen. De rit was voor ons voornamelijk donker, hobbelig en ongemakkelijk vanwege het ruimtegebrek en het feit dat we dwars in de auto zaten. Rudi zat bij ons in de jeep en na een poosje begon hij heen en weer te schudden als mister Bean in de achtbaan. Het begon al te schemeren en de top was nog niet in zicht. Er kwamen steeds meer jeeps aan en ze probeerden er allemaal als eerste te zijn. Als je iets goed kan organiseren moet je het vooral niet laten, maar waarschijnlijk was het de eerste keer dat er een stel toeristen de zonsopgang bij de Bromo wilden zien. Eerst reden de jeeps over een brede zandvlakte, met de nodige kuilen gevuld met water, om daarna allemaal in een fuik te belanden om een kaartje te kopen. Ritsen hebben ze nog niet van gehoord in Indonesië. Heer in het verkeer ook al niet. Enfin het was al licht toen we ergens stopten om de zonsopgang te bekijken. We konden nog een heuveltje beklimmen om het nog beter te bekijken. Het zonnetje probeerde zich langzaam een weg door de wolkennevels te boren. En zowaar hebben we een lichtstraal op de gevoelige plaat vast weten te leggen. De Bromo lag ergens rokend in het dal de zonsopgang te begroeten, zodat we die ook maar op de foto gezet hebben. Ook deze vulkaan is anderhalve maand nadat we terugwaren gekomen, uitgebarsten. Ondertussen geen teken van leven van onze medepassagiers, maar ja, het was ook zo druk op de berg. Uiteindelijk kwamen er een paar vloekend en tierend aangelopen. Hun jeep had het begeven en zij hebben een stuk moeten lopen. De andere jeep was er nog erger aan toe. Die moesten ze nog duwen. Tussen het drukke verkeer, met die doldwaze chauffeurs en afgronden zonder hekje moesten onze medereizigers zelf maar een weg omhoog vinden. Desi kreeg zelfs nog een duw van zo’n vriendelijke chauffeur toen deze langsreed, waarschijnlijk omdat hij vond dat ze in de weg liep. Het feit dat zij naast een afgrond liep scheen hem niet te deren. Het was daarom niet verwonderlijk dat er een aantal niet meer met deze jeeps mee naar beneden wilden. Joke en ik durfden dit wel. Je hoeft namelijk zelden een voertuig de berg af te duwen. Naar beneden gaan ze altijd wel. Onderweg konden we de kuilen en afgronden eens wat beter bekijken en het werd ons wat wit om de neus. Gelukkig was het op die doldwaze heenreis donker. Op de grote zandvlakte stonden alle busjes verzameld en gingen we ontbijten. In de verte zag je de Bromo vulkaan met een sliert toeristen die de wand opklommen via een trap om op de rand naar de rook te kijken. Pascal had al een tijdje obstipatieklachten en had zijn schoonzus, die medicijnen gestudeerd had, gebeld voor advies. Zij gaf hem het advies om maar even langs een ziekenhuis te gaan. Geen Bromo beklimmen dus. In de hobbelige jeep terug naar de bus. De omgeving was prachtig voor zo ver we konden beoordelen vanuit onze benauwde positie. Af en toe waren er ook nog wat aapjes langs de weg. Foto’s maken ging helaas niet vanwege het hevige gehobbel en de kramp die je kreeg bij het verzitten. Door elkaar gemangeld konden we na een uur weer de bus betreden. We reden rechtstreeks naar een hospitaal. Buiten hing een enorme poster van een multislice CT scanner van Toshiba. Binnen bleek het niet zo geheel hygiënisch en modern als dat de poster deed vermoeden. Patiënten met open wonden lagen tentoongespreid in een grote E.H. zaal, waarschijnlijk ter afschrikwekkend voorbeeld. Na een “uitgebreid”onderzoek, waarbij de thermometer onder de oksel met de polo nog aan, was de conclusie dat Pascal aambeien had. Gauw maar weer verder dus. In de bus waren nog wat broodjes te smeren voor de nog hongerigen. Vanwege de vakantie van alle Javanen was het nog steeds bijzonder druk op de weg. Het weer begon weer te betrekken en tegen de tijd dat we een restaurant binnen wilden stappen brak er een hevige plensbui uit. In het restaurant was er ook een feest gaande met zangers uit het publiek (karaoke). De versterkers stonden op vol zodat we alles goed konden horen. Een goed gesprek was echter niet mogelijk. Na het eten, met wat bintang achter de kiezen, leek het de lokale bevolking wel een leuk idee om ons op de dansvloer uit te nodigen. Als volleerde beroemdheden deden wij vol overgave met de inheemse bevolking mee, die ook over digitale opnameapparatuur bleken te beschikken, teneinde ons voor het nageslacht vast te leggen op de gevoelige sensor. De reis werd vervolgd in de bergen. Het regende wat en iedereen reed weer als de gebruikelijke gek. Ach, er komt een bocht, maar ik wil inhalen, dan maar even toeteren, wat brommertjes opzij duwen en gassen!!!(punt A) Een bus die de tegenovergestelde richting uitreed en die dezelfde bocht naderde vanaf de andere kant dacht hetzelfde. (punt Zij kwamen elkaar tegen op punt C. De reactie was van beide: keihard remmen en stuur naar links. Gelukkig stond de bus stil voordat we de afdaling waren ingezet. Had ik al gezegd dat ze in Indonesië links rijden? Enfin de bussen raakten elkaar maar licht en we konden zo weer verder. Alleen Rudi, die natuurlijk lag te slapen, want het was al na twaalven, werd door de plotselinge rem-actie van de chauffeur gelanceerd en kwam terecht tegen het dashboard. Totaal gedesoriënteerd werd hij weer in zijn stoel geholpen. Op wat schaafplekken na had hij ogenschijnlijk geen andere letsels opgelopen. Dit ter lering ende vermaak, beste mensen. Voorin de bus altijd de gordel om. Niet dat Rudi zich wat aan deze wijze les stoorde. Onverschrokken zette hij, al knikkebollend, de reis weer gordelloos voort. Zuster Wilma verleende kosteloos eerste hulp, met wat pleisters en jodium.
Even later kwamen we aan in een schitterend hotel. De hal was groot en vol houtwerk. De fauteuils zaten heerlijk en het welkomstdrankje was ook een welkomstdrankje. De kamers lagen verspreid over het domein. Het waren allemaal losse huisjes met een eigen veranda uitkijkend over het dal. Het zwembad zag er ook blauw uit en als ik jongelui was zou ik daar ook wel een duik in hebben willen nemen. Helaas was dit het verkeerde hotel. Dit was meer een Fox hotel. Allemaal de bus weer in. Niet ver daar vandaan, aan de andere kant van het dorp, waar de kampong begon, vlakbij het spoor en waar zich de rustieke gebouwen met hun asbesten golfplaten daken bevonden, was ons hotel. We werden gewaarschuwd, het terrein niet te verlaten, vanwege onze veiligheid. Max Havelaar wilden ze toentertijd ook in dit hotel laten verblijven, maar hij is toen toch maar doorgereden. We waren redelijk op tijd en de tuin zag er bijzonder mooi en onderhouden uit. De kamers waren vrij hoog en in plaats van een airco hing er een propeller aan het plafond. De badkamer was pas betegeld. Ook hier zag ik weer zo’n pijltje op het plafond die het westen aangaf, zoals in ieder voorafgaand hotel, zodat ik mijn matje weer richting Mekka kon leggen, als ik dat wilde. De tafels werden weer aaneengeschoven, wat het hotelpersoneel wanhopig probeerden tegen te gaan. Jammer maar helaas. Zo’n hechte groep drijf je niet zo gauw uiteen. Het eten was wel goed, alleen een beetje aan de koude kant. Hans zat onder een grote lamp en kreeg aan het einde van de avond nog bezoek van een kever. In zijn bier. Maandag 13 september Deze dag stond er iets bijzonders op het programma. We gingen naar Bali! Eerst nog even een stop op een cacao plantage. Dat ziet er inderdaad uit als een geplant bos. Iedereen de bus uit op de slippertjes om de cacao eens van dichtbij te bekijken. De bladeren die van de bomen vallen zijn redelijk stug, maar moeten blijven liggen vanwege de bemesting. Tussendoor vonden we nog een enkele cacao vrucht. Op de terugweg, na de nog komende excursie vertelde Rudi er nog bij dat, wanneer je in zo,n plantage werkt, je altijd laarzen aan moet doen vanwege de giftige slangen die volop onder de bladeren rondkrioelen. Hij had het niet eens door dat hij ons aan weer een gevaar blootgesteld had. Enfin, na deze enerverende excursie kwam Rudi met weer een optionele excursie. Een rubberfabriek! Nou daar wilden enkelen wel naar toe. De rest moet zich dan maar voegen. Dit kostte 30 Euro per persoon. Dan was dat nog goedkoop want bij Fox betaalden ze 35 euro pp. Dit werd iedereen toch wel te gortig. Voor 15 euro pp hebben we de optionele excursie voor lief genomen. De fabriek bevond zich een half uur rijden van de cacao plantage af via een zandweg met uiteraard veel kuilen. Rubberbomen staan , net zoals de cacaobomen, keurig op een rijtje geplant en zijn ook niet zo hoog. Het verschil tussen de bomen was dat er aan rubberbomen een emmertje hangt en aan cacao bomen cacao vruchten. De fabriek was nog niet open, dus konden we een half uur wachten tot er iemand kwam om de fabriek te openen. We liepen naar binnen en alle bakken waren leeg. Een lokale arbeider gooide een bak met water over de vloer, waarin wat latex zat. Iedereen kreeg opeens gratis extra zolen op zijn slippers. We liepen verder naar een aantal kasten waar de rubber werd gedroogd en kregen een lap rubber te zien. Daarna kregen we koffie met een bananeflap. En dat was het! Dit kostte nou 15 euro en voor Fox 35 euro! Tijdens de koffie opperde Rudi nog een tweede optionele excursie naar een koffiefabriek. “Is die open?”vroegen wij en masse. Rudi moest dit met een ontkennend antwoord mededelen. Hij kon ons antwoord wel raden. Dan maar op weg naar Bali. Ondertussen was het al lunchtijd. De lunch werd geserveerd in een schitterend restaurant die helemaal opgebouwd was met bamboe en touw. Het zag er schitterend uit, maar……. er was geen Bintang!!! Daar baalden sommigen, waaronder ik, toch wel van. We hadden in ieder restaurant zelf afgerekend, maar nu kwam Rudi met het voorstel om tegelijk met de excursie af te rekenen ook de maaltijd bij hem te betalen. Hij dacht zeker dat we malle Eppies waren. We waren helemaal niet van plan zijn zak nog meer te spekken. De ferry was vlakbij en we waren de fox bus net voor. Zij moesten een half uur wachten en dat deed ons toch wel weer een beetje goed. De oversteek had een hoog Texel gehalte, alleen zonder Duitsers maar met Indonesiërs. Aan de overkant zouden we een andere gids krijgen en een andere bus. Er werd echter een vervolg gegeven aan de warrige informatievoorziening en desorganisatie. We bleven zitten en Rudi, die niets van het eiland Bali afwist, voerde ons verder naar de eindbestemming. Over bali dus ook geen informatie gehoord. Iemand vroeg nog na een poosje: “Is het nog ver?” Waarop Rudi het cryptische antwoord gaf. We zitten op de rijksstraatweg. Het was al donker toen Pascal, die de hele dag al niet lekker was te kennen gaf dat hij er nu uitmoest, omdat het anders fout ging. We stonden op dat moment bij een stoplicht te wachten. Natuurlijk begreep Rudi dit niet en wilde hij als antwoord twee uur geven, maar toen Pascal toch wel heel dwingend NU!!! Met een blik van ik vreet je strot eraf brulde, was Rudi zich van de ernst van de situatie bewust en liet Pascal met een begeleider uitstappen. Bij de terugkeer van Pascal in de bus, opperde Hans nog heel fijnzinnig iets over het doorgeven van de 4711. Dit schoot Pascal in de verkeerde keelgat en hij sneerde terug: Hou toch je klep. Ik wou dat jij het had! Dit was toch wel een anticlimax voor het eind van de rondreis. De chauffeur wist uiteraard het hotel niet te vinden en vroeg assistentie per telefoon. Er kwam een brommertje aangereden die ons naar het hotel toe loodste dat vijftig meter verderop lag. Toen we vlak daarna eindelijk bij ons hotel aankwamen was de algemene gedachte:,”oh hadden we die rubberfabriek maar niet gedaan.” Voor we afscheid namen van de chauffeur , zijn helper en Rudi, richtte Hans nog een paar woordjes tot hen met het overhandigen van de fooien enveloppen. De chauffeur was goed en had zelfs een schietstoel in de bus uitgevonden. Zijn helper was attent, zorgde op tijd voor water, bananen, rijstkoeken en andere zaken. Voor de gids had hij het advies om voor vervanging te gaan zorgen. Het hotel zag er goed uit. We hadden nog een laatste vraag aan Rudi. Tot hoe laat is het restaurant open? (het was inmiddels 21.30u) Hij antwoordde: “Het restaurant is 24 uur per dag open” We gingen even naar de kamer om ons wat op te frissen en daarna direct naar het restaurant. Hier werd ons te kennen gegeven dat het restaurant om 22.30 u sloot. We konden gelukkig nog net wat bestellen. Dinsdag 14 september Er zaten erg veel Japanners in het hotel en de eetzaal was daar niet op berekend. Het brood was op. Toen het kwam was er een rij voor de toaster. Er was een rij voor de eieren. Er was geen bestek te vonden, de koffie was telkens op. Er was geen kaas of ander beleg behalve ei. Om 10 uur moesten we verzamelen om het verhaal van de host aan te horen. Voordat hij iets gezegd had vertelde iemand hem nog dat iedereen alleen maar wilde uitrusten en dat hij zich de moeite kon besparen evenals zijn en onze tijd. Nadat hij toch alle excursies uit de doeken had gedaan wisten we ook nog dat het strand links, links was. We gingen weg met een taxi naar het strand. Kuta Beach. De taxi chauffeur ging uiteraard rechts. Na een paar files en een half uur kwamen we op de uiterste punt van Kuta beach aan. Swah. Langs de kant van het strand in de schaduw van de bomen leek het wel de Albert Cuyp. Op het strand lopen was geen optie, want veel te heet. Na wat afdingen hadden we ligstoelen en twee parasols. Er waren hoge golven met veel surfers, voornamelijk uit Australië. Genoeg te kijken dus. Het water was heerlijk. Onder de parasol was het ook uit te houden en drie passen achter ons was er een restaurantje met heerlijke Bintang. Lekker uitrusten ook nog,wat wil je nog meer? Na het strand nog even wat gedronken in een juppenbar met happy hour. We waren de enigen. Terug naar het hotel lopen ging bijna, maar er is geen enkele rechte weg op Bali, dus dan toch maar de taxi, terugdenkend aan Jakarta. ’s Avonds wilden we een restaurant opzoeken en liepen we links, links, wij dachten dus richting strand. Helaas zijn daar geen voetpaden en ook geen verlichting, zodat we uiteindelijk toch maar weer een taxi hebben genomen. De Carefour herbergde een aantal restaurantjes waaronder een Pizzeria. Een pizza Jumbo is alleen voor Jack weggelegd. Wilma was een goede tweede en ik kreeg iets meer dan de helft op. Joke had een maatje kleiner gnomen en dat had ik ook beter kunnen doen. Maar het was wel erg lekker. Het hotel was ‘s avonds een duffe bedoening. Dat was maar goed ook, want we waren allemaal bekaf. Ik geloof zelfs dat Wilma ook goed geslapen heeft. Woensdag 15 september. We zijn iets eerder gaan ontbijten, om 8 uur, en het was dan ook ites minder druk. Rob en Janneke zijn altijd vroeg dus die zaten er al. Zij waren gisteren naar Jimbaran beach gegaan. Dat was een erg mooi strand, een half uur met de taxi. Dat leek ons ook wel leuk. We konden handdoeken uit het hotel meekrijgen. De taxirit was inderdaad een half uur, wat Rob al veel betrouwbaar maakte dan Rudi. Jimbaran beach is er een in de categorie, bounty eiland. Wat een mooi breed strand in een baai omgeven door palmen en ander groen. Niet druk maar wel genoeg ligstoelen en parasols. Er waren wel wat minder golven, maar in de verte konden we de vliegtuigen zien opstijgen en landen zodat we ook daar weer genoeg te zien hadden. Het strand nodigde uit om hard te lopen, waar ik dan ook maar gevolg aan gegeven heb. Onderweg kwam ik eerst de limburgers tegen, daarna de jongelui en tot slot de Benidorm Basterds. Zo zaten we die dag weer , bijna met zijn allen bij elkaar. Alleen Groningen ontbrak. Van een gepensioneerde Nederlander hoorden we dat de zonsondergang vanaf dit strand erg mooi was en dat je op het strand kon eten tijdens die zonsondergang. Dat was inderdaad een sprookje en een mooie afsluiter van de vakantie, want de volgende dag was het al weer vertrekdag. Donderdag 16 september De laatste dag op Bali. Het ontbijt was weer een zooitje. Half Japan zat er weer. Ergens achteraf in een ruimte zonder ventilatie, was nog een plekje over. Net zoals de eerste dag, moesten we weer van alles bij elkaar schrapen om iets te kunnen eten. Na het eten nog even aan het zwembad hangen, daarna de koffers pakken en om 12 uur uitchecken. Dan nog wat drinken, wat shoppen in de souvenirs winkel tegenover het hotel, lunchen en om 14.30 in de bus naar het vliegveld. We hadden wel om half vier afgesproken, maar wat maakt dat uur nou nog uit. Deze busreis ging voorspoedig, daar het vliegveld dichtbij was. We werden echter bij de verkeerde terminal afgezet. Daar kwamen we pas achter nadat we alle security checks al hadden gehad. Onze terminal lag aan de andere kant van het vliegveld. Het was een gezellige optocht met z’n negentienen over het drukke vliegveld, zeulend met de koffers. Voor de tweede keer door de security, dus als wij niet secuur waren, dan was niemand het. Bij de incheck moesten we 60.000 roepies betalen. Vliegtax. We hadden twee uur vertraging. Dit viel nog mee, want op de vertrekborden zagen we vluchten die al een halve dag delayed waren. We vlogen met een Jumbo jet. Hier hadden we geen touch screens voor onze neus maar een beamer in het midden van het vliegtuig. Iedereen keek dus naar wat flauwe verborgen camera opname grappen. Echter door het aanstekelijke en aanhoudende gelach van Rob, lag na een poosje het hele vliegtuig in een deuk. Drie kwartier voor het vertrek uit Jakarta kwamen we daar aan. Haasten dus. Helaas hadden we niet op de Indonesische mentaliteit gerekend. Rustig aan. Eerst nog even 150.000 roepies vliegtax betalen. De meesten hadden dat niet meer omdat er ook al 60.000 op bali betaald was. Anderen hadden Dollars, want daar kon je ook mee betalen, was van te voren gezegd. Echter niet bij deze ambtenaar. Er was verderop een geldautomaat. Ondertussen was onze vlucht al een paar keer omgeroepen. Tergend langzaam tikte de ambtenaar met het eenvinger-type systeem volgens RIHA de namen in de computer. In versnelde pas liepen we met de hele groep naar de gate. Weer security. Weer honderd stempels. Eindelijk in het vliegtuig. Deze bleef nog een half uur staan, want hij had vertraging. De tussenstop was weer op Dubai. Nu moesten we er allemaal uit. We hadden twintig minuten om de benen te strekken. Na het bezoek aan het toilet, stonden we wat met elkaar te praten, tot er iemand achter kwam dat we eerst naar het andere eind van het vliegveld moesten om vervolgens onderlangs weer terug te gaan om daarna via de security check weer ons vliegtuig te kunnen betreden. Dat was nog eens je benen strekken. Tijdens de vlucht nog wat films gekeken en geprobeerd te slapen. Het vliegtuig was niet vol zodat er wat mensen op twee stoelen konden liggen. Joke en ik hadden vier stoelen ter beschikking, alleen konden de leuningen van deze stoelen niet omhoog, zodat je nog niet kon liggen. Toch leek de terugreis korter dan de heenreis. Ook omdat we nu iets meer geslapen hadden. Redelijk fris en met een ervaring rijker kwamen we weer aan op schiphol, waar alles keurig geregeld is. De koffers kwamen op tijd en na aan kort afscheid van de medereizigers konden we voldaan weer naar huis terug. Eerst nog even langs Diemen, want Opa van Keekem was ons op komen halen. Al met al een fantastische reis, vol spanning en avontuur. Dit smaakt naar meer.
|
Donderdag 17 mei
Zoeken
Bij deze dochterpagina
Populairste links
Van de Redactie
Welkom op de reisverhalen.startpagina.nl! Een overzicht van de leukste reisverhalen van over de hele wereld! Heb je vragen? Stuur me gerust een berichtje.
|